De klassenleerkracht is en blijft primair verantwoordelijk voor de leerlingen in de groep. De leerkracht kan contact met de intern leerlingenbegeleider opnemen over een kind met gedrags- en / of leerproblemen. Het initiatief kan echter ook uitgaan van de ouders. De problemen worden in kaart gebracht. De intern leerlingenbegeleider bekijkt samen met de groepsleerkracht welke actie ondernomen moet worden. Er wordt een handelingsplan opgesteld. Het belangrijkste doel van dit plan is dat de leerkracht handvatten krijgt om in de gewone klassensituatie zinvol met de leerling aan de slag te kunnen: dus extra begeleiding door de leerkracht in de klas. Als dat onvoldoende is, krijgt het kind extra begeleiding van de remedial teacher.
Er worden tussentijdse evaluatiemomenten gepland om de voortgang te bekijken en zo nodig de wijze van handelen bij te stellen. Omdat het oplossen van problemen in overleg met ouders gebeurt, zullen er ook regelmatig gesprekken met de ouders plaatsvinden.
Remedial teaching in de groepen 1 t/m 4 worden dit schooljaar gegeven op de dinsdag- en donderdagmorgen. Dit kan bestaan uit individuele hulp aan kinderen binnen of buiten de klas.Ook is het mogelijk dat groepjes kinderen begeleid worden. Miriam zal dit voor haar rekening nemen.
De eerste helft van het schooljaar worden vooral de kinderen uit de groepen 3 en 4 begeleid, terwijl in de tweede helft van het jaar de begeleiding ook meer op de kleuters gericht is. De remedial teaching voor de kinderen van de groepen 5 t/m 8 wordt gedaan door Elize op de maandag en woensdag.
Mocht al deze begeleiding onvoldoende blijken, dan wordt er hulp aangevraagd bij het Educatief Dienstverlenings Instituut (EDI). Het kind wordt dan geobserveerd en onderzocht door een orthopedagoog. Uiteraard gebeurt in overleg met de ouders. De kosten van een door de school aangevraagd onderzoek nemen wij voor onze rekening. Vervolgens wordt samen bekeken welke hulp het kind verder nodig heeft. Als deze hulp niet door de school kan worden geboden, kan een kind worden doorverwezen naar een speciaal school voor basisonderwijs.Voordat tot een dergelijke verwijzing wordt overgegaan, zal er nauw overleg plaatsvinden tussen de ouders, de leerkracht, de remedial teacher, de intern leerlingenbegeleider en het EDI. Het kind wordt dan aangemeld bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL), die is samengesteld door het samenwerkingsverband Weer Samen Naar School (WSNS). De school stelt een onderwijskundig rapport samen, in overleg met de ouders. Deze onafhankelijke commissie beoordeelt de aanvraag en doet een (bindende) uitspraak. Voor meer informatie verwijzen wij u graag naar het Zorgplan van het samenwerkingsverband “Weer Samen Naar School”. Dit kunt u bij de directie opvragen.
Hoogbegaafdheid
De school heeft ook een beleidsplan voor de meer- en hoogbegaafde leerlingen, want ook deze leerlingen behoeven speciale zorg. Ook bij dit traject worden de ouders nauw betrokken. Het signalerings- en diagnosticeringsprotocol van het digitaal handelingsplan hoogbegaafdheid neemt hierbij een belangrijke plaats in. De aanpassingen in het leerstofaanbod die hieruit voortvloeien vinden in eerste instantie plaats door middel van compacting en verrijking. In heel uitzonderlijke gevallen vindt vervroegde doorstroming plaats. Wilt u het beleidsplan "meer en hoogbegaafde kinderen" bekijken, neem dan contact op met Corry. Vindt de school het noodzakelijk dat een kind door Eduniek wordt onderzocht dan zijn de kosten ook in dit geval voor rekening van de school. Natuurlijk staat het ouders vrij hun kind door derden te laten bekijken. In dat geval zijn de kosten uiteraard voor de ouders.
Aanmelding en opname van zorgleerlingen
Bij aanmelding op onze school van:
-
Een leerling met een positieve beschikking van een commissie voor de indicatiestelling (ook wel een leerling met een Rugzak genoemd);
-
Een leerling met een positieve beschikking van de Permanente Commissie Leerlingenzorg van het samenwerkingsverband WSNS;
-
Een leerling die wordt teruggeplaatst van een speciale school voor basisonderwijs
wordt zorgvuldig gekeken of wij de leerling de juiste zorg kunnen bieden. Hierbij wordt o.a. gekeken naar het pedagogisch en didactisch klimaat, de leerlingenzorg, de mogelijkheden van ondersteuning door externe instanties, bouwkundige en materiële omstandigheden.
Centraal staat het belang van het kind en de mogelijkheden van de school om het ontwikkelingsproces van het kind te ondersteunen. De school zal bij die beantwoording gebruik maken van de ondersteuning van bijvoorbeeld een school aangesloten bij een Regionaal Expertise Centrum en/of van de mogelijkheden die het samenwerkingsverband WSNS biedt. Bij het besluit tot toelating of weigering zal er altijd sprake zijn van een teambesluit. We gaan er immers van uit dat een leerling in principe de gehele basisschoolperiode op onze school zal zijn, mits zijn/haar ontwikkeling verloopt zoals verwacht en gehoopt.